Het autisme spectrum stoornis bestaat uit:

Autisme, Syndroom van Asperger, Desintegratiestoornis, Syndroom van RETT en PPD - NOS.



Deze vijf stoornissen vormen met elkaar het autismespectrum. De grootte van de cirkels geeft ongeveer de verhouding aan: er zijn dus meer mensen met Autisme dan met de Stoornis van Asperger. De cirkels overlappen enigszins, omdat er ook overlap in de symptomen is en er geen duidelijke afgrenzingen gemaakt kunnen worden. De PDD-NOS vormt een restgroep, daar is geen aparte cirkel voor.
Een autismespectrumstoornis wordt beschouwd als een ontwikkelingsstoornis met een neurobiologische oorzaak. De hersenen van mensen met autisme functioneren daardoor anders.

Mensen met autisme hebben beperkingen in:

  • · Sociale Interactie.
    Mensen met autisme laten vaak weinig wederkerigheid in het contact met andere mensen zien. Meestal zijn ze veel op zichzelf en laten ze zich weinig aan anderen gelegen liggen. Initiatieven in het contact zijn vaak instrumenteel van aard, dat wil zeggen dat zij iets van de ander nodig hebben. Veel minder vaak delen deze mensen plezier met anderen, stellen ze vragen, of geven ze de ander een complimentje. Oogcontact is vaak moeilijk en veel mensen met een Autistische Stoornis hebben moeite met het interpreteren van non-verbaal sociaal gedrag, zoals lichaamshoudingen of gezichtsuitdrukkingen.

    · Communicatie.
    Communicatieproblemen kunnen uiteen lopen van niet praten en het alleen napraten, tot eigenaardig taal- of woordgebruik. Vaak komt de taalontwikkeling bij deze kinderen laat of in een ongewone volgorde op gang.

    · Gedrag/spel.
    Mensen met autisme laten vaak beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten zien. Dit kan bestaan uit het vasthouden aan rituelen of gewoontes, het in paniek raken bij een kleine verandering in de omgeving, of uit het maken van steeds dezelfde ongewone bewegingen, bijvoorbeeld met de handen fladderen.

Volgens de officiële (DSM-IV) classificatie voor deze ziektebeelden, moeten deze kenmerken al voor het derde levensjaar aanwezig zijn.

Mensen met autisme ervaren gedurende hun hele leven beperkingen en problemen ten gevolge van hun stoornis. Onbegrip bij de omgeving en niet adequaat reageren van de omgeving kan verergering van de symptomen en klachten geven en soms tot gedragsproblemen leiden. Goede begeleiding en ondersteuning van mensen met autisme en hun omgeving kan helpen de problematiek hanteerbaar te maken/houden.

De oorzaken van een autismespectrumstoornis zijn nog niet volledig bekend. Er wordt verondersteld dat erfelijkheid een rol speelt en dat er meerdere genen betrokken zijn. Ook zijn er aanwijzingen voor structurele afwijkingen in de hersenen van mensen met autisme.

De NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme) gaat uit van een prevalentie van autisme (spectrum stoornissen) van 1,16%. Dat komt neer op ruim 190.000 mensen met een vorm van autisme in Nederland. Daarbij gaat men uit van een percentage van 15 -20% dat naast het autisme ook een verstandelijke beperking heeft. De andere 80 tot 85 % functioneert verstandelijk op een normaal tot hoogintelligent niveau. Alle vormen van autisme komen voor in alle sociaal-economische klassen. Gemiddeld komt een autismespectrumstoornis bij mannen ongeveer 4 keer vaker voor dan bij vrouwen.

Zie: www.autisme.nl

Zie: www.centrumautisme.nl