Borderline

Een goede manier om Borderline te omschrijven is een onvermogen om op adequate wijze met emoties/gevoelens om te gaan.
Borderline, of tegenwoordig ook wel emotieregulatiestoornis(ERS) genoemd, is een psychiatrische stoornis  (persoonlijkheidsstoornis).  Borderline valt onder één van de tien persoonlijkheidsstoornissen. We spreken van een persoonlijkheidsstoornis als de negatieve en starre persoonlijkheidstrekken van een persoon zo ernstig beperkend werken dat aanpassing aan de omgeving niet meer mogelijk is. Borderline komt vaak voor het eerst tot uiting tussen 18- en 25-jarige leeftijd: een levensfase met grote veranderingen op het gebied van relaties, werk en leefomgeving. Voor die tijd kan er wel Borderline in ontwikkeling zijn, maar de persoonlijkheid kan zich nog vormen in deze jaren.
De uiteindelijke diagnose wordt vastgesteld volgens de richtlijnen die binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) gelden.  

Mogelijke oorzakelijke factoren

Het gaat bijna altijd om een combinatie van factoren, waarbij elke factor een bijdrage kan leveren aan het ontstaan van BPS (Borderline Persoonlijkheids Stoornis) en de factoren elkaar versterken.
Biologisch - Aanleg voor impulsiviteit en stemmingswisselingen, dit heeft mogelijk te maken met een stoornis in de serotonine huishouding. Serotonine zorgt voor de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen.
Psychologisch - Ingrijpende ervaringen in de jeugd zoals: emotionele verwaarlozing, een instabiele gezinssituatie, ervaringen van mishandeling en/of  seksueel misbruik.
Sociaal/maatschappelijk - Het wegvallen van bepaalde sociale structuren (werk, vrienden, kerk, gezin, etc.).

DSM-IV Criteria

In de hulpverlening wordt gebruik gemaakt van de DSM-IV criteria, dit zijn criteria die wereldwijd worden gebruikt. Om de diagnose Borderline te kunnen stellen, moet er sprake zijn van tenminste 5 van de onderstaande 9 DSM-IV criteria.

⋅ Angst om verlaten te worden en dat krampachtig proberen te voorkomen
  De eigen identiteit is verdwenen, de patiënt past zich aan aan wat hij/zij denkt dat van hem/haar verwacht
  wordt, wringt zich in alle bochten en is bereid tot manipulatie om te voorkomen dat hij/zij in de steek gelaten
  wordt.

⋅ Een patroon van instabiele en intense intermenselijke relaties, gekenmerkt door wisselingen
  tussen overmatig idealiseren en kleineren.

  Iemand is of hartsvriend(in), al binnen een minuut, of wordt totaal verworpen. Mensen worden onderverdeeld
  in ‘veilig’ of ‘niet veilig’. Een jarenlange vriendschap kan plotseling beëindigd worden door één enkele
  opmerking waardoor de persoon overgaat van alles naar niets.

⋅ Zwart-wit denken
  Voortkomend uit wantrouwen, altijd zoeken naar ruzie/prikkels om het vervolgens niet aan te kunnen.

⋅ Stemmingswisselingen
  Eén woord of één beeld op televisie kan een plotselinge wisseling van stemming opleveren, van vrolijk naar
  intens somber, maar ook andersom. De wisselingen kunnen ook zonder aanwijsbare reden komen, maar beide
  uitersten zijn extreem. De wisselingen kunnen enkele minuten tot een aantal dagen duren.

⋅ Impulsiviteit op tenminste twee gebieden die in potentie betrokkene zelf kunnen schaden
  Bijvoorbeeld geld verkwisten, verschillende seksuele kontakten, gok- of drankverslaving, criminaliteit,
  vreetbuien, roekeloos rijden of automutilatie (zelfverwonding). Bij mannen wordt eerder vluchten in drank-,
  gokverslaving en criminaliteit gezien en bij vrouwen eerder automutilatie.

⋅ Moeilijk alleen kunnen zijn en geen ritme hebben
  Verlatingsangst, het lijkt heel goed met de patiënt te gaan tot dat je weg gaat. Omslaan in stemming, paniek
  en agressie volgen. Het ritme van de dag aan houden is moeilijk, de patiënt zakt snel weg in een lusteloze bui
  en ligt de hele dag op de bank of speelt computerspelletjes.

⋅ Identiteitsstoornis: duidelijk aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel; chronisch gevoel
  van leegte.

  Leegte, de patiënt weet niet wat hij/zij voelt, denkt of vindt. Dit wordt beschouwd als het ‘engste’ gevoel
  van Borderline, niet vrolijk of verdrietig, maar helemaal niets voelen. Niet bestaan, niet ‘zijn’. En het steeds
  terugkerende gevoel van ‘wie kan er nou van MIJ houden?’.

⋅ Inadequate intense woede of moeite kwaadheid te beheersen.
  Woedeaanvallen die niet misselijk zijn, als de patiënt alleen gelaten wordt, denkt verstoten te worden of
  zomaar. Ook agressie naar zichzelf toe, ‘straffen moet ik’, zeer voelen.

⋅ Dreigen met zelfdoding, alsmede zelfverwonding, dissociatieve- en psychotische verschijnselen.

De diagnose BPS wordt drie keer zo vaak bij vrouwen dan bij mannen gesteld.
Naar schatting leidt 1 à 2 % van de Nederlandse bevolking aan BPS.

Meer info:

www.tichtingborderline.nl

www.borderline-hulpgroep.com

www.moeilijkemensen.nl

www.trimbos.nl