Volgens Renzulli beschikt een hoogbegaafde leerling over de persoonlijkheidskenmerken:

- Hoge intellectuele vermogens. (Intelligentie die, gemeten met een IQ-test, boven het gemiddelde ligt.)
- Taakgerichtheid en volharding/motivatie. (Doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen.)
- Creatief vermogen. (Het vermogen om op een originele en vindingrijke wijze oplossingen voor problemen te bedenken.)

Mönks onderscheidt in zijn model naast deze drie aanlegfactoren nog een drietal omgevingsfactoren – gezin, school en vrienden (omgeving) - die van invloed zijn op het tot uiting komen van hoogbegaafdheid.)

Daarnaast zijn volgens Heller en Hany ook niet-cognitieve factoren, zoals bijvoorbeeld faalangst, medebepalend voor het uiteindelijke niveau en terrein waarop de hoogbegaafdheid tot uiting komt.

Howerd Gardner onderscheidt 8 verschillende soorten intelligenties en stelt dat alle mensen beschikken over een of meer “vormen van intelligentie”. Intelligentie heeft vooral betrekking op de bekwaamheid om problemen op te lossen, vragen op te roepen en iets te vervaardigen (bouwsel, schrijfsel, contact, product) in een gewone en betekenisvolle omgeving.

Eigenheid van hoogbegaafden

Snelheid in denken:
Zij hebben al een oplossing als jij net begonnen bent die te gaan vinden.

Snel van begrip:
Hebben weinig uitleg nodig, begrijpen al vroeg humor/woordgrappen.

Eigen wijsheid:
Bedenken eigen oplossingsstrategieën, wat ze beweren te weten klopt meestal ze weten vaak al wat jij ze leert.

Fixatie:
Kunnen op één onderwerp gericht zijn zoals dino’s, molens, electriciteit…en weten daar heel veel/alles van.

‘Volwassen’ taalgebruik:
Ze formuleren zinnen en gebruiken woorden die niet passen bij de leeftijd.


Een hoogbegaafde hoeft niet alle eigenschappen uit bovenstaand overzicht te bezitten. Het kan zijn dat een hoogbegaafde leerling door bijvoorbeeld een inadequaat onderwijsaanbod het plezier in het leren heeft verloren. Deze leerling zal veel eigenschappen van onderpresteerders vertonen waaronder wisselend schoolwerk en wel positief thuiswerk, hoge mate van sensitiviteit, afnemende schoolprestaties, negatief gedrag, haperende sociaal-emotionele ontwikkeling, geringe taakgerichtheid en negatieve houding.

De gedragingen van onderpresteerders vertonen een opvallende gelijkenis met de kenmerken van hypersensitiviteit, AD(H)D, het autismespectrum, een posttraumatische stresstoornis en ODD.

Zie ook: www.infohoogbegaafd.nl