Een PTSS (PostTraumatische StressStoornis) is een angststoornis. Deze stoornis gaat gepaard met forse stressverschijnselen die zowel van lichamelijke als psychische aard zijn. Het geestelijk letsel wordt ook psychotrauma genoemd.

Oorzaak

Een posttraumatische stressstoornis is een van de weinige angststoornissen waarvan het begin duidelijk is aan te wijzen. Een traumatische gebeurtenis leidt tot extreme angst. Voorbeelden van traumatische gebeurtenissen zijn verkrachting, incest, beroving, een auto-ongeluk, oorlogssituaties. Herinneringen aan het trauma of andere gebeurtenissen die daarmee geassocieerd worden, kunnen eenzelfde reactie oproepen. Van daaruit gaat het eigenlijk net als bij andere angststoornissen: iemand wordt "bang voor de angst", gaat situaties vermijden die hij of zij als bedreigend ervaart, wordt geregeerd door zijn of haar angst.

Het is niet bekend waarom de ene mens een trauma wel kan verwerken en de ander niet. Als het te zwaar blijkt voor iemand zal dat te maken hebben met de draaglast, dus de ernst van het trauma, en met de draagkracht, dus de psychische en lichamelijke weerbaarheid van die persoon.

Gevolg

Als iemand een ingrijpende gebeurtenis meemaakt, doen zich allerlei angstverschijnselen voor: hartkloppingen, zweten, ademhalingsstoornissen, vluchtneigingen. Die reactie is normaal. Bij iemand met een posttraumatische stressstoornis gaan die verschijnselen niet over. Ook als de bedreigende situatie allang voorbij is, voelt men zich alsof men er nog middenin zit. Het trauma wordt telkens herbeleefd in dromen of herinneringen. Een geluid of beeld kan de angstreactie in volle hevigheid oproepen, en de betrokkene kan daarbij zelfs het gevoel hebben dat de gebeurtenis werkelijk opnieuw plaatsvindt. Het kan zijn dat men geobsedeerd is door de traumatische gebeurtenissen en over niets anders kan praten. Het kan ook zijn dat men er juist helemaal niet over praat in een poging om het kwijt te raken.

Posttraumatische stressstoornis komt voor op alle leeftijden. Anders dan bij andere gedragsstoornissen kan iemand datgene wat angst inboezemt niet vermijden. De gebeurtenissen draagt men bij zich en dat geeft een voortdurende spanning. Bij kinderen uit zich dat bijvoorbeeld in buikpijn en hoofdpijn.

Mensen met posttraumatische stressstoornis gaan zich vaak afsluiten. Ze proberen situaties te vermijden die aan het trauma kunnen herinneren. Vaak leidt dit tot een emotionele vervlakking, ze reageren alsof ze verdoofd zijn. Soms is er sprake van geheugenverlies, een beschermingsmechanisme tegen herinneringen die te veel angst oproepen. Maar hoe mensen ook proberen om het uit de weg te gaan, zolang de gebeurtenissen niet verwerkt zijn blijven ze in volle hevigheid aanwezig. Mensen blijven dus onder spanning staan en zijn voortdurend waakzaam. Daardoor zijn ze vaak prikkelbaar en schrikachtig, en hebben ze last van slaap- en concentratiestoornissen. Schuld- en minderwaardigheidsgevoelens komen ook vaak voor.

Als posttraumatische stressstoornis lang aanhoudt kunnen de psychische problemen zich uitbreiden en kan iemand depressief worden, suïcidale gedachten krijgen of agressief worden. Voor de mensen in de omgeving heeft posttraumatische stressstoornis grote gevolgen. Omdat de traumatische gebeurtenissen niet verwerkt worden, blijft iemand als het ware opgesloten in zichzelf: echte belangstelling voor anderen kan hij niet opbrengen. De combinatie van emotionele vervlakking en -zacht gezegd- een slecht humeur dat maar aanblijft, veroorzaakt onherroepelijk spanningen.

Verloop

Sommige mensen zijn in staat lichtere vormen van acuut trauma goed te verwerken door erover te praten met familie en vrienden. De ernst en de aard van het trauma kunnen het echter onmogelijk maken over de ernstige gebeurtenissen te spreken. In een gevangenis of een andere onveilige omgeving bijvoorbeeld, kan het te gevaarlijk zijn over schokkende dingen te spreken.

Om te overleven moet de narigheid diep weggestopt worden. Bij kindermishandeling en incest wordt het erover spreken met de omgeving verhinderd door het taboe dat erop rust. Men moet als het ware "de ogen ervoor sluiten", “zich ervoor afsluiten" en “het maar vergeten". Soms zijn de gebeurtenissen zo ondraaglijk dat men zich beschermt door ze niet tot het bewustzijn en/of het geheugen te laten doordringen. Zo kan bij voorbeeld iemand die is aangerand wel exact vertellen hoe de aanranding begon en eindigde, maar zich van het moment van de feitelijke verkrachting niets meer herinneren. Het is een natuurlijk beschermingsmechanisme van de mens dat verdringing wordt genoemd.

De emoties die met een trauma gepaard gingen, kunnen soms lang worden verdrongen. Nieuwe gebeurtenissen kunnen maken dat ze, soms vele jaren later, alsnog te voorschijn komen. Posttraumatische stressstoornis kan op elk moment in iemands leven optreden. Behalve dat de stoornis heel lang kan duren, is er weinig bekend over het verloop als er geen behandeling volgt.

DSM-IV Criteria

Men kan spreken van PTSS wanneer:
A. De betrokkene is blootgesteld aan een traumatische ervaring waarbij beide van de volgende van
    toepassing zijn:

1. Betrokkene heeft ondervonden, is getuige geweest van of werd geconfronteerd met één of meer
    gebeurtenissen die een feitelijke of dreigende dood of een ernstige verwonding met zich meebracht,
    of die een bedreiging vormde voor de fysieke integriteit van betrokkene of van anderen.
2. Tot de reacties van betrokkene behoorde intense angst, hulpeloosheid of afschuw.
    NB: bij kinderen kan dit zich in plaats hiervan uiten in chaotisch of geagiteerd gedrag.

B. De traumatische gebeurtenis wordt voortdurend herbeleefd op één (of meer) van de volgende
    manieren:

1. Recidiverende en zich opdringende onaangename herinneringen aan de gebeurtenis, met inbegrip van
    voorstellingen, gedachten of waarnemingen. NB: bij jonge kinderen kan dit zich uiten in de vorm van
    terugkerende spelletjes waarin de thema's of aspecten van het trauma worden uitgedrukt.
2. Recidiverend akelig dromen over de gebeurtenis. NB: bij kinderen kunnen angstdromen zonder
    herkenbare inhoud voorkomen.
3. Handelen of voelen alsof de traumatische gebeurtenis opnieuw plaatsvindt (hiertoe behoren ook het
    gevoel van het opnieuw te beleven, illusies, hallucinaties en dissociatieve episodes met flashback, met
    inbegrip van die welke voorkomen bij het ontwaken of tijdens intoxicatie). NB: bij jonge kinderen kunnen
    trauma-specifieke heropvoeringen voorkomen.
4. Intens psychisch lijden bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische     gebeurtenis symboliseren of erop lijken.
5. Fysiologische reacties bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische
    gebeurtenis symboliseren of erop lijken.

C. Aanhoudend vermijden van prikkels die bij het trauma hoorden of afstomping van de algemene
    reactiviteit (niet aanwezig voor het trauma) zoals blijkt uit drie (of meer) van de volgende:

1. Pogingen gedachten, gevoelens of gesprekken horend bij het trauma te vermijden.
2. Pogingen activiteiten, plaatsen of mensen die herinneringen oproepen aan het trauma te vermijden.
3. Onvermogen zich een belangrijk aspect van het trauma te herinneren.
4. Duidelijk verminderde belangstelling voor of deelneming aan belangrijke activiteiten.
5. Gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen.
6. Beperkt spectrum van gevoelens (bijvoorbeeld niet in staat gevoelens van liefde te hebben).
7. Gevoel een beperkte toekomst te hebben (bijvoorbeeld verwacht geen carrière te zullen maken, geen
    huwelijk, geen kinderen of geen normale levensverwachting).

D. Aanhoudende symptomen van verhoogde prikkelbaarheid (niet aanwezig voor het trauma) zoals
    blijkt uit twee (of meer) van de volgende:

1. Moeite met inslapen of doorslapen.
2. Prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen.
3. Moeite met concentreren.
4. Overmatige waakzaamheid.
5. Overdreven schrikreacties.

E. Duur van de stoornis (symptomen B, C en D) langer dan één maand.

F. De stoornis veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in sociaal of beroepsmatig
    functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.


Trauma
Als niet voldaan wordt aan de criteria wil dat niet zeggen dat er geen (psychisch) leed is. Veel mensen houden aan een ingrijpende ervaring (trauma) klachten over, maar voldoen niet aan bovenstaande criteria. Dit wordt ook wel een partiële PTSS ("sub-treshold PTSD") genoemd.

Behandeling

Behandeling kan een positief resultaat geven, maar het resultaat en de duur zijn afhankelijk van de ernst van de ernst van de problematiek. De behandeling is meestal pijnlijk en moeizaam. Jeugdtrauma’s zullen een langer durende behandeling vragen. Een persoonlijkheidsverandering bemoeilijkt de behandeling. De kern van de behandeling is dat de traumatische gebeurtenis onder ogen wordt gezien. Als de herinneringen boven komen geeft dat veel pijn en verdriet. Toch zijn de resultaten vaak de moeite waard. Afhankelijk van de ernst van de stoornis zijn er een aantal wegen te bewandelen.

Rust
Indien de symptomen van herbelevingen ernstig zijn, moet er eerst rust komen; men moet leren de controle over zichzelf terug te krijgen.
Daarvoor is vooral veel steun nodig.

Medicijnen
Soms zijn de bijkomende problemen zoals depressie/angst zo ernstig dat psychotherapeutische behandeling (nog) niet mogelijk is maar wel begonnen kan worden met medicijnen. Voorzichtigheid is echter belangrijk, omdat de bijwerkingen van de medicijnen soms ongewenst gevoelens of herbeleving teweeg kunnen brengen.

Psychotherapie
Als de situatie van de patiënt het toelaat, kan worden begonnen met verwerken van de traumatische ervaring(en) in de vorm van psychotherapie door het bespreekbaar maken van de traumatische gebeurtenis(sen). Niet als koele feiten, maar met de bijbehorende emotionele en lichamelijke reacties, zoals angst, pijn en verdriet. Voelen van deze (tot dan toe diep weggestopte) emoties is nodig om de gevolgen ervan te kunnen verwerken.
Als voor het trauma of onderdelen ervan geheugenverlies bestaat, moet met professionele hulp worden onderzocht of dit geheugenverlies veilig kan worden opgeheven of dat het beter zo kan blijven. Het kan een belangrijke beschermingsmachine zijn voor te heftige emoties die men niet kan verdragen.
Werken in een groep kan heel steunend zijn, omdat men er lotgenoten treft. Lotgenoten kunnen elkaar goed begrijpen en steunen. Hulpmiddelen die de psychotherapie kunnen ondersteunen zijn schrijfopdrachten en hypnose.

EMDR
(EyeMovement Desensitization and Reprocessing) is een complexe vorm van psychotherapie die verschillende succesvolle elementen van oftewel het informatie-verwerking-systeem in de hersenen geprikkeld.
Met EMDR is het niet nodig om jarenlang te praten over het verleden. Wel worden door het stimuleren van het informatie-verwerking-systeem in een relatief korte tijd therapeutische doelen bereikt. Hierbij veroorzaakt EMDR herkenbare veranderingen die ook na langere tijd nog blijven bestaan. De grootste kracht van EMDR is dat EMDR de onevenwichtigheden in de hersenen laat herstellen vergelijkbaar met hoe het lichaam fysieke klachten geneest.

Het proces van traumaverwerking dient aangepast te worden aan het tempo van de patiënt. Het mag nooit sneller gaan dan de patiënt aan kan.

Zie ook:

www.ptss.info

www.emdr-nederland.nl