Rett-syndroom is een zeldzame neurologische ziekte, waarbij sprake is van een kink in een aanvankelijk normaal verlopende ontwikkeling. Het is beschreven bij vrijwel uitsluitend meisjes. Het komt voor in elke raciale of etnische groepering overal ter wereld bij 1 op 10.000 levend geboren meisjes. Als eerste is het beschreven door Dr. Andreas Rett in 1966. Hij kreeg wereldwijde erkenning na de eerste Engelstalige publicatie door Dr. Bengt Hagberg in 1983.

De ontwikkeling lijkt normaal tot 6-18 maanden. Dan volgt verlies van verworven spraak en handbewegingen, langzame hoofdgroei en ontwikkeling van dwangmatige stereotype handbewegingen, verlies of moeite met mobiliteit.
De dwangmatige stereotype handbewegingen kunnen handwringen, handen klappen, hand- naar-de-mond-bewegingen zijn, en deze kunnen veranderen in de loop der tijd.
Ontstaan van epilepsie, ademhalingsstoornissen (hyperventilatie en apneu), tandenknarsen (bruxisme) en zijwaartse vergroeiing van de wervelkolom (scoliose). Als de bijkomende ziektes en complicaties worden overleefd, kan de levensduur lang zijn.

Zie: www.rett.nl

De terugval in vaardigheden is zodanig dat de aandoening een sterk op autisme lijkend beeld geeft.
De hulpverlening aan mensen met het Rett-syndroom en aan mensen met de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd is echter anders dan aan mensen met autisme.