Mensen met een verstandelijke beperking hebben een aangeboren of later optredende beperking in het intellectueel functioneren, dat gepaard gaat met beperkingen in de sociale (zelf)redzaamheid.

In 1992 heeft de American Association of Mental Retardation de definitie van het begrip verstandelijke beperking gewijzigd.
De verstandelijke beperking manifesteert zich voor het 18e levensjaar, het intellectueel functioneren ligt duidelijk onder het gemiddelde - IQ lager dan 70 en daarnaast is er sprake van aan de beperkte intelligentie gerelateerde beperkingen van het aanpassingsgedrag op twee of meer van de volgende tien gebieden:

  • - communicatie
    - zelfverzorging
    - werk
    - vrijetijdsbesteding
    - gezondheid en veiligheid
  • - functionele intellectuele vaardigheden
    - zelfstandig kunnen wonen
    - sociale en relationele vaardigheden
    - zelfstandig beslissingen nemen
    - gebruik maken van gemeenschapsvoorzieningen

Met de nieuwe definitie onderscheidt men vier niveaus van ‘intensities of support’, ofwel de mate waarin mensen met een verstandelijke beperking steun nodig hebben:

1. ‘intermittent’:  alleen op bepaalde momenten.
2. ‘limited’:         regelmatig, maar in tijd beperkt; er is bijvoorbeeld training nodig in bepaalde vaardigheden.
3. ‘extensive’:     regelmatig, bijvoorbeeld dagelijks, maar niet in tijd beperkt. In meer meer dan één setting.
4. ‘pervasive’:     constant, zeer intensief in meerdere settings

Zie ook: verstandelijkebeperking.mysites.nl